DEN HAAG – Wat bedoeld was als een terugblik op de eerste honderd dagen van het kabinet-Jetten, mondde uit in een van de felste confrontaties van de afgelopen maanden. In een stampvolle Tweede Kamer koos PVV-leider Geert Wilders voor de aanval. Niet voorzichtig, niet diplomatiek, maar frontaal.
Zijn verwijt was eenvoudig, maar vernietigend in zijn eenvoud.
“Van die honderd dagen was je er 26 niet eens. Wie bestuurt Nederland eigenlijk?”
Het was een uitspraak die als een mokerslag door de vergaderzaal galmde. Kamerleden keken op van hun dossiers, ministers schoven onrustig op hun stoelen en op sociale media explodeerde het debat vrijwel onmiddellijk.
Een premier in de lucht
Volgens Wilders heeft premier Rob Jetten een aanzienlijk deel van zijn eerste honderd dagen buiten Nederland doorgebracht. Cyprus. Brussel. De Caraïben. Internationale klimaattoppen. Europese overleggen. Diplomatieke bezoeken.

In de ogen van Wilders vormde dat een onthutsend beeld.
Terwijl Nederlanders worstelen met stijgende woonlasten, een overvolle zorgsector, koopkrachtzorgen en onzekerheid over migratie, zou hun premier vooral bezig zijn geweest met internationale verplichtingen.
“Nederland heeft geen reisleider nodig,” sneerde Wilders. “Nederland heeft een premier nodig die hier is.”
De woorden waren scherp gekozen en duidelijk bedoeld om te raken.
Diplomatie of afwezigheid?
Voorstanders van Jetten zien het beeld dat Wilders schetst echter als misleidend.
Zij wijzen erop dat een moderne premier niet alleen in Den Haag werkt. In een wereld waarin oorlog, energiezekerheid, klimaatverandering en economische samenwerking landsgrenzen overstijgen, hoort internationale aanwezigheid juist bij het leiderschap.
Een Europese top kan directe gevolgen hebben voor energierekeningen in Nederland.
Onderhandelingen over defensie beïnvloeden de nationale veiligheid.
Klimaatafspraken raken Nederlandse boeren, bedrijven en consumenten.
Volgens coalitiepartijen is reizen geen luxe, maar een essentieel onderdeel van regeren.
“Je kunt Nederland niet beschermen door alleen achter een bureau in Den Haag te blijven zitten,” reageerden verschillende Kamerleden.
Toch bleef één vraag hangen.
Waarom voelt een deel van Nederland zich alsof de premier verder weg staat dan ooit?
De kracht van symboliek
Politiek draait niet alleen om feiten. Politiek draait ook om gevoel.
En juist daar wist Wilders de vinger op te leggen.
Voor veel Nederlanders staat een premier symbool voor nabijheid en daadkracht. Iemand die zichtbaar problemen aanpakt, moeilijke keuzes uitlegt en aanwezig is op momenten dat burgers onzeker zijn.
Het beeld van een premier die regelmatig in vliegtuigen stapt, kan botsen met dat verlangen.
Of die buitenlandse reizen noodzakelijk waren, is voor veel mensen minder relevant dan de vraag of zij zich gehoord en vertegenwoordigd voelen.
Wilders begreep dat instinctief.
Hij maakte van een cijfer – 26 dagen – een verhaal.
En verhalen blijven hangen.
Jetten onder druk
Rob Jetten verdedigde zich door te benadrukken dat iedere buitenlandse reis een duidelijk doel diende.
Hij wees op diplomatieke verplichtingen, economische belangen en internationale samenwerking.
“Nederland is geen eiland,” stelde hij. “Onze veiligheid, economie en toekomst hangen samen met wat er buiten onze grenzen gebeurt.”
Volgens Jetten is leiderschap meer dan aanwezig zijn in Den Haag. Het betekent ook Nederland vertegenwoordigen op plekken waar beslissingen worden genomen die het dagelijks leven van Nederlanders beïnvloeden.
Maar de premier stond zichtbaar onder druk.
Want hoewel cijfers verklaard kunnen worden, zijn beelden vaak sterker.
En het beeld dat Wilders neerzette, was krachtig.
Een oppositieleider in verkiezingsmodus?
Politieke analisten zien in de aanval van Wilders meer dan alleen kritiek.
De PVV-leider positioneert zich opnieuw als spreekbuis van Nederlanders die zich niet gehoord voelen door de politieke elite.
Zijn boodschap is eenvoudig:
Terwijl burgers hard werken, vliegt Den Haag de wereld over.
Het is een boodschap die emoties oproept, herkenbaar klinkt en weinig uitleg nodig heeft.
Critici noemen het populisme.
Aanhangers noemen het zeggen waar het op staat.
Hoe dan ook: Wilders slaagde erin om het debat volledig naar zich toe te trekken.
Honderd dagen zijn nog geen honderd maanden
Traditioneel worden de eerste honderd dagen van een kabinet gezien als een symbolische meetlat.
Ze bieden een eerste indruk, maar zelden een definitief oordeel.
Ook kabinet-Jetten bevindt zich nog aan het begin van een lange politieke rit.
Er liggen grote dossiers op tafel:
- De woningcrisis;
- Migratiebeleid;
- De stikstofproblematiek;
- Betaalbaarheid van energie;
- Tekorten in de zorg;
- Internationale veiligheid.
De echte beoordeling zal uiteindelijk afhangen van resultaten.
Niet van vliegschema’s.
Maar politiek gaat zelden alleen over resultaten.
Perceptie telt.
Een debat dat verder gaat dan reizen
De woordenwisseling tussen Wilders en Jetten ging uiteindelijk over iets groters dan buitenlandse bezoeken.
Het ging over twee verschillende visies op leiderschap.
De ene visie zegt dat Nederland een premier nodig heeft die internationaal zichtbaar is en actief meepraat over wereldwijde ontwikkelingen.
De andere visie verlangt een leider die vooral thuis is, dicht bij de zorgen van gewone Nederlanders staat en zichtbaar aanwezig is in tijden van onzekerheid.
Beide perspectieven raken aan legitieme verwachtingen.
En precies daarom sloeg dit debat zo hard in.
De eerste honderd dagen: een waarschuwing
Of Wilders’ kritiek volledig terecht is, daarover zullen de meningen verdeeld blijven.
Feit is wel dat hij een gevoel wist te benoemen dat bij een deel van de samenleving leeft.
En feit is ook dat Jetten voor de uitdaging staat om niet alleen beleid uit te leggen, maar ook vertrouwen op te bouwen.
De eerste honderd dagen van het kabinet-Jetten zullen waarschijnlijk niet herinnerd worden vanwege wetsvoorstellen of beleidsnota’s.
Maar vanwege één zin die de politieke toon zette:
“Van die honderd dagen was je er 26 niet eens.”
Een verwijt.
Een politieke strategie.
En misschien ook een waarschuwing dat in de Nederlandse politiek niet alleen telt wat je doet, maar ook of mensen het gevoel hebben dat je er voor hen bent.




